Zeeën van tijd, maar niet heus

Leest u dit blog liever op Sarahgezien.nl, klik dan hier.

Toen ik jonger was keek ik nog wel eens kunstschaatsen, springconcoursen of hele tenniswedstrijden. Heerlijk dat vakantiegevoel op een gewone doordeweekse dag. Als jonge thuisblijfmoeder had ik zeeën van tijd. Ik kon makkelijk op één morgen lopend naar de markt, dan op koffiebezoek en ook nog een uurtje in de speeltuin blijven. Echt tijd zat. Het huishouden ging flitsend tussen de bedrijven door. Later heb ik nog vaak aan die uren gedacht.

Speciale dagen

Schoolvakanties? Die vonden we heerlijk! Uitslapen en dan in onze pyjama’s eindeloos ontbijten. Niets geks hoor, gewoon boterhammen met een eitje. De warme afbakbroodjes waren echt alleen voor bijzondere dagen als Moederdag of verjaardagen. Op elke verjaardag kreeg het betreffende kind ontbijt op bed; warme broodjes, jus d’orange en uiteraard de felbegeerde cadeautjes. Als moeder trof ik het, ik kreeg twee keer per jaar heerlijk verse croissantjes. Trouw werden er dan ook foto’s gemaakt. Helaas zijn dus al die gelukzalige momenten vastgelegd met een ontploft kapsel, een ongewassen hoofd en soms zelfs nog met zichtbare kreukels.  

Nu is het anders

Die heerlijke tijd ligt al een flink aantal jaren achter ons en nu de kinderen de deur uit zijn, geniet ik van mijn onregelmatige werk voor de krant en het schrijven aan mijn roman. Als manlief naar zijn werk is strekt er vaak een lange, relatief lege dag voor me uit. Mooi, denk ik optimistisch; ik kan mijn artikelen schrijven, mijn nieuwe blog maken en een uurtje aan mijn roman werken. Goed plan, al zeg ik het zelf.

Ongestoorde lange werkdagen?

Zo begint de dag met goede moed, ik zet de Senseo aan als de bel gaat. Post.nl met een pakje voor de buurvrouw verderop. ‘Ja, komt goed. Fijne dag.’ Met mijn kop koffie loop ik naar mijn werkplek en zet de laptop aan. Heerlijk zo’n lege dag, dan kun je veel werk verzetten. Wederom de bel; DHL met een pakje voor de andere buurvrouw. Met een zucht neem ik het aan en kruip achter mijn laptop om zoals altijd te beginnen met het checken van mijn mail. Verstuur antwoorden, maak afspraken, werk de agenda bij, bel echtgenoot of het ook past met zijn werk. Dit schiet lekker op. Dan gaat de bel. Zucht. Buurvrouw. Komt haar pakje ophalen en na twintig minuten doe ik de deur dicht en ga nieuwe koffie maken.

Dat was best even gezellig, maar nu moet ik echt aan de gang.

Inmiddels is er antwoord op de mail die toch nog om een reactie vraagt en dan kan ik eindelijk aan mijn artikelen beginnen. Op dat platform loop ik tegen een technisch mankement aan. ‘Fout in het lay out programma, probeer het later nog een keer.’  Weer de deurbel, andere buuf. Nee ik heb geen tijd, moet werken. Dan maar vast blog opzetten. Ah, de redactie mailt. Programma is klaar. Telefoon. Goede doel, of het nu even gelegen komt. Nee, niet bepaald. Ja, probeer het vanavond maar. Deurbel; of we nieuwe dakgoten willen. Ik trek de stekker van de bel eruit, zet mijn wifi uit en wil eindelijk beginnen maar mijn maag knort en ik moet echt eerst eten. Het is al bijna twee uur.

Razende tijd

Hier heb ik echt al een tijdje meer dan genoeg van. Nu ik bijna vijftig ben, verlang ik steeds vaker terug naar de rust die ik had toen de kinderen klein waren. De rust om een tenniswedstrijd te kijken, ik weet niet eens meer wie er na Agassi ooit nog Olympisch goud heeft gewonnen of wie er na Anky van Grunsven ons nieuwe talent op het paard is. Ik dacht echt, nu er geen puberale ruzies, beugeltandartsen of vaak onverwachte ziekenhuisbezoeken meer zijn, dat ik toch wel meer tijd zou hebben. Gelukkig ben ik niet de enige die het zo ervaart, dat merkte ik laatst heel duidelijk toen ik een appje kreeg van een vriend; “De tijd raast door mijn vingers,” een vriendin daarentegen zegt; “Geen tijd is geen zin.” Ook dat klinkt logisch.

“Ik weet het niet,” klaag ik nog even tegen mijn man. “Vroeger deed ik veel en hield ik tijd over, nu doe ik de helft en kom ik tijd te kort.”

‘Ik heb het zo vreselijk zwáááááár, echt waar.’

OMG! Ik lijk Brigitte Kaandorp met haar zware leven wel. Als ik ga strijken besluit ik het nummer aan te zetten en voluit mee te blèren. Ik word er vrolijk van en inderdaad; het relativeert als de pest. Na een uurtje ben ik halverwege de mand en besluit ermee op te houden. Ik voel me vrolijk en lichter als ik me ineens iets realiseer… Vroeger… Vroeger streek ik zo’n mand in een uurtje leeg.  Sjips, niet de tijd gaat sneller… Ik word gewoon langzamer. Jéétje… Wat valt dát kwartje laat.

Vind jij ook dat de tijd sneller gaat? Wordt jij daar ook iebelig van? En is het anders nu voor je in deze onzekere tijden?