Dromen mag ook na je vijftigste, toch?

Hier lees je het blog op Saraggezien.nl Lees je liever op deze site? Scroll dan een stukje naar beneden.

Dromen mag ook na je vijftigste, toch?

Als ik vroeger dacht aan mijn vijftigste verjaardag dan zag ik een heel groot, gezellig gezin voor me. Dat was mijn grootste wens. Vóór mijn dertigste wilde ik graag moeder zijn van zes kinderen. Ze zouden allemaal gelukkig trouwen en meerdere kinderen krijgen. Uiteraard kwamen ze allemaal graag thuis en nee, ik zou geen moeder zijn die elke zondag de kroost aan de eettafel wilde hebben. Ik vond én vind dat iedereen recht heeft op zijn eigen leven.

Maar met feestdagen en verjaardagen zouden we bij elkaar zijn. Het huis zou vast en zeker trillen door de kinderen die met elkaar aan het dollen waren. Zwagers zouden elkaar opzoeken om te schaken, schoonzussen zouden praten over het dagelijks leven, klagen over mannen en kinderen om dan de slappe lach te krijgen terwijl ze elkaars nagels doen. En Oma? Oma zou nog jong genoeg zijn om met haar oudste kleinkinderen te koken voor de hele groep, en zou met volle teugen genieten.  

Helaas liep het in de praktijk anders.

Ik heb drie schatten van kinderen. Twee meiden en een jongen, daar bleef het bij. Tijdens de zwangerschap van mijn zoon kreeg ik dusdanig bekkeninstabiliteit dat een volgende zwangerschap zou betekenen dat ik in een rolstoel terecht kwam. Dat was dus geen optie. Op mijn dertigste ben ik gesteriliseerd en mijn droom vervloog een beetje. De kinderen groeiden op. Er kwamen verkeringen, we kregen een officieuze pleegdochter en regelmatig hadden we veel vrienden van hun over de vloer.

En daar was het onverwachts toch

Het grote gezin. Ik genoot. Logeerpartijen, winter-barbecues, grote verjaardagsfeesten. Het was zalig en ik bedacht; drie kinderen met partners zijn ook zes kinderen, dus mijn droom komt misschien toch uit.

Maar toen kwam het moment dat het leven kantelde.

Onze kinderen vlogen uit, oudste dochter vond een fijne partner en verhuisde naar Leeuwarden. Pleegdochter ging op zichzelf. Middelste dochter vertrok even later naar Tilburg. Zoonlief ging werken, was veel weg en woont inmiddels samen. Het huis werd leger en stiller. De rust keerde weer en manlief en ik wenden aan het nieuwe ritme.

Nu word ik komende zomer vijftig.

Er komt vast wel een feest. Tuurlijk. Maar dat grote gezin? Nee dat is er niet. En dat gaat er niet meer komen ook. Er waren scheidingen, fysieke beperkingen en ik verloor mijn middelste kind. De droom vervloog nog verder. Soms denk ik; had ik maar nooit een droom gehad. Had ik maar gewoon in de realiteit geleefd. Was het dan beter gegaan met mij? Met ons? Dat zijn natuurlijk vragen waar ik nooit een antwoord op krijg en het verleden kan ik ook niet meer veranderen, dat weet ik wel.

Maar betekent dat automatisch ook dat ik daarom mijn droom moet loslaten?

Ik merk wel dat ik nu veel realistischer ben. Wat er ook gaat gebeuren, het is allemaal goed. Het streven naar het perfecte plaatje heb ik losgelaten en ik geniet nu veel meer van wat er is. Mijn kinderen zijn kanjers. Hebben hun eigen huis en zijn blij met hun eigen leven. Mijn dromen richten zich nu meer op dingen voor mijzelf. Wat wil ik? Wat ga ik doen met de rest mijn leven? Gek, dat je naderende vijftigste verjaardag zo’n verschil in denkwijze kan veroorzaken.

Heb jij dat ook zo ervaren en wil je dit delen? Dan hoor ik graag van je.