De krant

Jaren geleden werkte ik bij een bekende supermarkt, indie tijd nog gelegen in een klein pand, net buiten de grote winkelstraat. Opwinding alom, we kregen een nieuw groot filiaal. Uiteraard moest er ook een stukje inde krant aan gewijd worden. Dat is logisch. Ieder lokaal personeelslid werd opgeroepen om ideeën aan te leveren.  Het was tijdens zo’n vergadering, dat er iets ergs gebeurde. Een klap in het gezicht van ieder die de krant een warm hart toe draagt. Want welke, zichzelf respecterende burger wil er nou niet in de krant? Beroemdheden sluiten zelfs bikinideals met hun zelf verkozen paparazzi. Nou geloof ik nooit dat men in Aalsmeer en Kudelstaart zit te wachten op mijn overduidelijke, niet geschikt voor bikinideals, ogende figuur. Maar in de krant staan is leuk. Het heeft iets knus. Het gevoel van, je hoort erbij!

Mijn binding met de plaatselijke kranten is nog niet zo oud. Zo’n jaar of tien pas. Door omstandigheden kwam ik in Kudelstaart, bij een nieuwe lief met mijn kinderen. Mijn lief las de plaatselijke kranten van voor naar achter. Altijd eerst de rouw advertenties. Dat vond ik echt zo morbide! Later leerde ik, dat dit juist een gezamenlijke deler is.                                                              ‘Heb je t gezien in de krant? Jan van Pietje van op de buurt is dood.’ Verder werd de krant gebruikt voor van alles, kruiden in de koelkast, (beetje nat maken, blijven ze dàgen vers!).Onder in de vogelkooi. We kregen er intelligente kanaries van. Maar het leukste zijn toch wel de stukjes die ik krijg van onze tante A en mijn schoonouders. Soms met een boodschap, (zeg zou je niet eens…) of over een cursus die je kunt volgen. Of van iemand met dezelfde achternaam! (Is dit familie?) U snapt het. De krant is onmisbaar. Hij staat voor gespreksonderwerpen. Nieuws. Discussies. Gezamenlijke delers. Het is onze bakermat. Mijn kinderen hebben allemaal met hun eigen bezigheden, diverse keren in de krant gestaan. Helaas ook één bij de morbide advertenties.

De bewuste vergadering ging over reclame maken, meer bekendheid voor onze plaatselijke supermarkt! Wij zijn de beste, de leukste, de goedkoopste! Hoe krijgen we meer mensen in onze winkel? Onze nieuwe baas, achtentwintig lentes jong, uit Leidschendam, riep in haar jeugdige onbezonnen enthousiasme:

‘Laten we een stuk zetten in het plaatselijke Sufferdje!’                                        Ze heeft de krant niet gehaald. Ik was er niet rouwig om.